Bloemlezing uit
Gedichten van
Yves
Huybrechts,
Alias E.D.
1
Wichten en voddeventen
Ik moet 't bevel voeren
van dit stortbeladen schip!
Naar ondergang richt ik de steven,
de wind van onbegrip
zal m'n snelheid nog opvoeren.
De soldaten van IJdelheid zoeken
van mijn beklagenswaardig lot
d'oorzaak, noch 't gevolg te vernemen.
Als samenzweerders in 'n kwaadaardig plot
willen zij me liever vervloeken.
Mijn lijf moet van hen ontbinden
en nimmermeer 'n obstakel
in de weg van hun zelfbegoocheling wezen.
Aldus kent hun ijdel gekakel
voortaan alleen gelijkgezinden.
Op m'n schip ligt zo geborgen
de last van mijn lot en hun vieze schuld.
Nergens kan ik dit stort dumpen
terwijl alleman onophoudelijk bijvult
...tot het schip zinkt van zorgen.
E.D.
2
Als gij nog arrogant pronkte
Als gij nog arrogant pronkte
en passanten naar u lonkten
negeerde gij hun affectie bot
zodat uw lijk nu ongemist rot.
E.D.
Wie kruipt daar heimlik?
Wie kruipt daar heimlik
uit den beukenheester
zonder enige menschrik?
't Is Frank De Rosse
geboren Bastaard De Kat
gepromoot tot sergeant Sosse!
Respect! Hij is inspecteur
van de kattentrits
die pist aan onze deur.
Commandeurs van dit ras
kent ook 't mensenvolk
waar de spriet zich meester waant van 't gras.
3
Terwijl ik op 'n blekken leer
kwikkelend reik naar appels
kijkt hij vanonderen op me neer.
Mijn menselijke occupatie
-van groenten en fruit vergaren-
is hem 'n slavenfascinatie.
't Is dat hij eerder tribuut eist
van zijnen onderworpen troep
dan 'em zelf vruchten afzeist.
Diens ogen smalen
met hart'lijke verachting
wie in werken niet wilt dralen.
Aldus heeft hij zich uren vergaapt
aan de ijv'rige mens
doch nooit zelf 'n appel opgeraapt.
E.D.
4
De blauwe populier
In 't hemelgespant,
schurken wolken tegen d'horizon aan,
nooit kunnen ze weerstaan
aan de levenswind
die -als gestoord verstand-
immer rukt en woedt
hen naar d'apex voert
zoals een moeder haar kind
begeleidt bij de hand
naieflijk verwachtend
dat 't kind heenwaarts klautert
naar moeders aspiraties
-weg van 's vaders tradities-
waar niets nog loutert
en slaafse pronkzucht
lijdt onder 't minste gerucht
Uw ziel, de tere wattenwolk
zal daar vergaan
net als uw eerloos volk.
E.D.
5
Oraison funebre
Ik ben blind,
doch niet in d'ogen,
is 't zicht verzwind,
door zwart opgezogen.
Zintuig'lijke smerte,
omdat 't niet meer ziet,
kent wel m'n herte ,
sinds cru verdriet.
Een kam'raad,
uit gelukkiger jaren,
van ondeugdsdaad
is weggevaren.
'k Verwachtte van J.,
dat z'n gitzwarte krollenkruin,
tegenstreving neerlee,
voor levenslang fortuin.
Doch, nog was 't bedrog!
La volonte supreme,
velde uiteindelijk toch
met onweer en hagelrijm.
6
De man bracht cool,
naar z'n liefste festival,
ook nu die poel,
hem voerde naar 't dodendal.
Hier leefde exuberant,
de man wiens charme,
zelfs hatelijken van ergsten trant
in hunner hart kon verwarmen.
Waarom maakt zijn dood,
mijn gevoelens dan lam,
als die zo'n groot,
karakterman wegnam?
De dood zal niet doordringen,
zolang het geheugen blijft ontwurgen
die goedgeluimde herinneringen
aan oude kameraad Jurgen.
En...Nu alles verduistert,
heeft mijn kloppende hartenpijn
dubbel in herinnering gekluisterd:
vreugd zal eeuwig d'uwe zijn!
Door u, Jurgen, glinsterde d'aard,
bezielde de lucht en verkwikte de zee.
7
Eeuwig dank omdat g'hier waart!
Voor u, Jurgen, hef ik 's avonds een glas: sante!
E.D.
Proteus
God geve,
God schenke,
uit 's leven disch
dat 'n maagdeken wenke
nu 'k 'n ander vermis.
Tubals zust'ren
Geel, zwart of blank,
blijven glinst'ren,
Godzij dank
dat er zoveel leven!
Schoonst wijf,
wil 'k niet selecteren,
'n suikerzoet lijf,
voor begeren,
viel allen ten geschenk!
Godzij dank
dat er zoveel leven!
E.D.
8
Lijflied van de lijven
Moffel ze weg als mijn blik je deert.
Doch, bedriegen doe je enkel jezelf,
je wil al te graag iemand die je ronde schelf
en je met zijde beklede benen begeert.
E.D.
Dokter Nadjmi klieft
Dokter Nadjmi klieft
zoals 'n medische Tiepolo
z'n vlijmende scalpel
door 't mens'lijk canvasvel,
al wordt 't publiek er niet over gebrieft.
Roddelboekskes vertellen 't popolo
eer over Phaedra Hoste,
hoe zij Nadjmi verleidde,
hoe zij van hem scheidde,
om hem tranen loste.
Dokter Nadjmi klieft
als 'n medische Cupido
z'n slagroomzachte hand
in 'n gespannen bustehouderband
bij eenieder die hem belieft.
9
't Is een hitsig libido
dat zijn charmante presence
in 't verborgene bestuurt
zodat diens liefde kort duurt:
't is des vrouwen malchance!
E.D.
Geen nood aan mayonaise
Dikke koei, zo ras wordt gij dik!
'k Had geerne u een steak
als des hongers welverdiende prijs
uitgesneden voor mijn avondspijs.
Stom was ik een dommerik
dat ik verwachtend uitkeek
naar dat bloed'rig tijdstip
als ik een mes in u steek
en vlees op m'n bord wip.
Geen nood aan mayonaise,
bearnaise, pickles of ketchup.
Mijn saus heet zure mal-aise!
De smaak ontsnapte
mij ter elfder ure
bij 'n klare realisatie
10
Add New Comment
Showing 1 comment